Onderzoek HDPE-folie Nauerna afgerond
13-01-2012
Bij herbemonstering furanen niet meer gevonden
Sinds de zomer voert Afvalzorg vrijwillig en op aangeven van hoogleraar Lucas Reijnders een verregaand onderzoek uit. Het onderzoek richt zich op de vraag of verontreinigingen door HDPE-folie kunnen diffunderen (doorzweten) naar het grondwater. Van de 237 onderzochte componenten gaven 2 toen aanleiding tot nader onderzoek. De resultaten hiervan zijn nu bekend en nemen alle twijfel weg. De twee furanen zijn bij herbemonstering en analyse in duplo nergens meer waargenomen en diffusie heeft geen meetbare invloed op het grondwater.
Onderzoek
Van alle parameters waarop het percolaat en het grondwater is onderzocht, gaf een tweetal chloordibenzofuranen, om precies te zijn “1,2,3,4,6,7,8, hepta chloordibenzofuraan” en “octa chloordibenzofuraan”, aanleiding tot nader onderzoek. Deze twee furanen zijn in zeer lage concentraties, net boven de detectiegrens, waargenomen in het percolaat én in het grondwater. De gemeten waarden verbaasden ons. Ten eerste omdat er geen vergelijkbare verontreinigingen, die op basis van molecuulvorm en -grootte gemakkelijker diffunderen, in het grondwater zijn aangetroffen. Ten tweede omdat de gemeten concentraties boven en onder de folie vergelijkbaar zijn, terwijl men zou verwachten dat bij diffusie de bronconcentratie hoger is dan de concentratie in het stromende grondwater. Omdat het om zeer lage concentraties ging was een laboratoriumfout niet uit te sluiten.
Herbemonstering
Zoals gebruikelijk in dit soort situaties, is vervolgens een herbemonstering uitgevoerd. De beide monsters (percolaat en grondwater) zijn naar twee laboratoria gestuurd. Naar het laboratorium dat ook de oorspronkelijke analyse heeft uitgevoerd (Omegam) en daarnaast naar een tweede laboratorium als extra controle (Tauw). Om er zeker van de te zijn dat de nieuwe monsters vergelijkbaar waren met de eerder genomen monsters, is niet uitsluitend naar furanen gekeken. Naast de furanen is een breed pakket kenmerkende parameters geanalyseerd.
Uitkomst heranalyse
Zoals door ons reeds verwacht, bleek het inderdaad om een laboratoriumfout te gaan. De beide monsters hadden een samenstelling die zowel onderling als met de samenstelling van de oorspronkelijke monsters overeenkwam. Toch is nu in geen van de monsters ook maar een spoor van één van beide furanen aangetroffen. Dit geldt voor beide laboratoria. Ook de andere acht furanen zijn niet aangetroffen. Hiermee is voldoende aangetoond dat de eerder geconstateerde waarneming van de furanen het gevolg is van een analysefout bij het eerste onderzoek.
Resultaat diffusieonderzoek
Het eigenlijke onderzoek naar het “doorzweten” van de folie is hiermee wat ons betreft afgerond zodat conclusies kunnen worden getrokken. In het MER van 1994 is vermeld dat vooral gechloreerde organische verbindingen vanuit de waterfase kunnen oplossen in HDPE en zich door diffusie kunnen verplaatsten (Vreeken, 1992). Bij het huidige onderzoek is uit de brede screening gebleken dat in het percolaat nog steeds sprake is van gechloreerde organische verbindingen. Uit de eveneens brede screening op het grondwatermonster is gebleken dat buiten de twee eerder genoemde furanen geen organische gechloreerde verbindingen in het grondwater zijn aangetroffen. Deze furanen zijn bij de herbemonstering niet meer aangetroffen. Met monstername en laboratoriumonderzoek is daarmee geen beïnvloeding van het grondwater aangetoond. Geheel in overeenstemming met de berekening in het MER van 1994, kunnen we concluderen op basis van dit nieuwe uitgebreide onderzoek dat diffusie geen rol van betekenis speelt in relatie tot de grondwaterkwaliteit onder de stortlocatie.
Terug naar alle artikelen »