Skip Navigation Links Home > Over Afvalzorg > Nieuws > Artikel

Onderzoek "doorzweten" HDPE-folie Nauerna

08-12-2011

Conclusies vooruitlopend op uitkomsten voorbarig

Begin december is in de media een bericht verschenen van hoogleraar Lucas Reijnders over een mogelijke bodemverontreiniging rond stortlocatie Nauerna. Sinds de zomer vinden, in overleg met de heer Reijnders, diverse onderzoeken plaats om de veiligheid van stortlocatie Nauerna aan te tonen. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond. Conclusies als het niet veilig zijn van stortlocatie Nauerna zijn dan ook voorbarig en onterecht. Overigens heeft de heer Reijnders aan Afvalzorg aangegeven dat hij het bericht in de media begin december niet heeft geautoriseerd.

Extra onderzoek
Naar aanleiding van uitlatingen van de heer Reijnders in zijn afscheidsrede en in een interview in het Noordhollands Dagblad medio april heeft Afvalzorg hem uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek zijn er diverse zaken opgehelderd en misverstanden weggenomen. Eén discussie die niet kon worden beëindigd ging over de kans dat er verontreinigingen door de dichte 2 mm HDPE-folie heen diffunderen naar het grondwater (“doorzweten”). Om hier zekerheid over te krijgen is afgesproken dat Afvalzorg in overleg met de heer Reijnders op vrijwillige basis een vergaand onderzoek zou uitvoeren (naast de bestaande monitoring).

237 componenten onderzocht
Het was niet eenvoudig om een geschikt laboratorium te vinden voor dit vergaande onderzoek. Sommige analyses zijn uiteindelijk in het buitenland uitgevoerd. Het onderzoek richtte zich op de grondwaterkwaliteit buiten het stortlichaam en het percolaat binnen het stortlichaam. Daarbij is op een zo breed mogelijk pakket geanalyseerd. Naast de bekende zware metalen en anorganische hoofdcomponenten omvat dit de stofgroepen PAK’s, BTEX, PCB’s, chloorfenolen, brandvertragers, chlooralkanen, triazinen, carbamaten, organofosforverbindingen, aniliden, organotinverbindingen, fenylureum herbiciden en cyclische chloorverbindingen. Totaal gaat het om 237 componenten. Het analyseren op al deze parameters is kostbaar en zeer ongebruikelijk.

Nader onderzoek naar twee stoffen
Van de 237 parameters waarop het grondwater is onderzocht zijn er alleen een tweetal chloordibenzofuranen die aanleiding geven tot nader onderzoek. Deze furanen zijn in zeer lage concentraties (ca 0,09 nanogram per liter, een nanogram is een miljardste deel van een gram) gemeten in het percolaat én in het grondwater. Twee zaken hieraan zijn opmerkelijk. Ten eerste dat er geen vergelijkbare verontreinigingen, die op basis van molecuulvorm en -grootte gemakkelijker diffunderen, in het grondwater zijn aangetroffen. Ten tweede dat de gemeten concentraties boven en onder de folie vergelijkbaar zijn, terwijl men zou verwachten dat bij diffusie de bronconcentratie factoren hoger is dan de concentratie in het stromende grondwater. Er is daarom twijfel over de herkomst van deze twee gemeten concentraties. 
Mocht de meting wel juist zijn, dan zijn de geconstateerde concentraties nog steeds zeer laag. Ter vergelijk: de EU norm voor volle melk is 3 picogram TEQ/gram melkvet. Dit betekent dat er in volle melk 100 respectievelijk 1000 keer zoveel van deze stoffen is toegestaan als gemeten bij Nauerna.  

Herbemonstering
De rapportage met de uitkomsten van alle analyses tot nu toe is aan de heer Reijnders voorgelegd voor een reactie. Ook hij kan de gemeten furanen-concentraties niet verklaren. Omdat het om zeer lage concentraties gaat is een laboratoriumfout niet uit te sluiten. Wij hebben inmiddels een herbemonstering ingezet en wachten de resultaten af. Het onderzoek is dus nog niet afgerond. Tot die tijd vinden wij het onverstandig en onjuist om uitspraken te doen over het al dan niet diffunderen van deze twee specifieke verontreinigingen.

Terug naar alle artikelen »

Deze pagina afdrukken