Skip Navigation Links Home > Over Afvalzorg > Nieuws > Artikel

Nazorgplan voormalige kunstharsenfabriek

06-07-2010

In de periode 1953 tot 1967 is een locatie in Katwijk in gebruik geweest als kunstharsenfabriek. Begin jaren tachtig bleek dat de bodem plaatselijk verontreinigd was, vermoedelijk als gevolg van mors- en lekverliezen. De afgelopen 20 jaar is het grondwater periodiek gemonitord. In 2009 heeft Bodemzorg een nazorgplan voor de locatie opgesteld waardoor risico’s voor mens en omgeving worden voorkomen.

Naar aanleiding van de bodemverontreiniging is in de jaren tachtig een aantal onderzoeken en deelsaneringen op de locatie uitgevoerd. Vervolgens is gedurende een periode van bijna 20 jaar het grondwater periodiek gemonitord. Door middel van GCMS-screening zijn tijdens deze monitoringsronden diverse stoffen aangetoond in het grondwater.

Beoordeling en advies Bodemzorg
In 2008 is Bodemzorg gevraagd de situatie te beoordelen en advies te geven over het vervolg van de monitoring. De conclusie was dat een duidelijk actiemodel voor de monitoring ontbreekt en het is niet duidelijk op basis waarvan de monitoring de afgelopen jaren is uitgevoerd. Hierdoor is het niet duidelijk of de monitoring kan worden geëxtensiveerd of juist dient te worden geïntensiveerd. Bovendien bemoeilijkt de aanwezigheid van diverse ‘exotische’ verbindingen in het grondwater de interpretatie van de onderzoeksgegevens.

Nazorgplan
Om onduidelijkheden weg te nemen, heeft Bodemzorg in 2009 een nazorgplan voor de locatie opgesteld. Het signaleren van humane- en verspreidingsrisico’s staat hierbij centraal. In het nazorgplan zijn actiewaarden en stopcriteria opgenomen. De actiewaarden voor de ‘exotische’ verbindingen zijn in overleg met het RIVM opgesteld. De stopcriteria geven handvaten om de monitoring te extensiveren. De provincie Zuid-Holland heeft ingestemd met het Nazorgplan.

Monitoringsronde 2010
In 2010 is door Bodemzorg een monitoringsronde uitgevoerd op basis van het nieuwe nazorgplan. De actiewaarde is niet overschreden. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van humane- of verspreidingsrisico’s.

Terug naar alle artikelen »

Deze pagina afdrukken