Project "Droog en schoon stortgas"
Om stortgas droog en schoon te krijgen, moet het worden ontzwaveld. Afvalzorg past hiervoor op Nauerna het TCR-systeem toe. Hiermee voldoet het zwavelgehalte op Nauerna aan de eisen van de NeR, de Nederlandse Emissie Richtlijnen.
Uit een reeks concentratiemetingen was gebleken dat het onttrokken stortgas op Nauerna een te hoog zwavelgehalte had. Met een laag zwavelgehalte wordt de uitstoot van zwavel beperkt en wordt het verzurende effect van neerslag zoveel mogelijk tegengegaan. Bovendien is een te hoog zwavelgehalte in combinatie met vocht zeer slecht voor benuttinginstallaties. Onder specifieke omstandigheden ontstaat namelijk zwavelzuur en dit tast fakkels, ketelinstallaties en WKK’s aan. Daardoor krijgt men hoge onderhoudskosten en installaties gaan minder lang mee. In mei 2005 is het project Droog en schoon stortgas gestart. Daarbij is begonnen met de inventarisatie van de verschillende ontzwavelingssystemen die het stortgas op Nauerna kunnen reinigen. Er zijn drie technieken onderzocht: gaswassen met loog, adsorptie aan Sulfatreat korrel en hydraatvorming met behulp van de TCR (Total Contaminant Removal).
Uiteindelijk is voor Nauerna voor het TCR-systeem gekozen. In tegenstelling tot andere technieken combineert dit systeem namelijk het drogen van het gas tot een dauwpunt van -25°C met het verwijderen van verontreinigende stoffen zoals zwavelwaterstof en siloxanen. Het systeem bestaat uit een compressor, twee koelsystemen en warmtewisselaars waar het stortgas langs wordt geleid.
Werking van het TCR-systeem
De twee koelsystemen in het TCR-systeem wisselen elkaar af. In de eerste koeler wordt het stortgas afgekoeld tot -25°C. Wanneer het stortgas onder het vriespunt komt bevriest het aanwezige water en neemt de doorstroming van stortgas af bij de warmtewisselaren. De tweede diepkoeler in het TCR-systeem is parallel geschakeld. Terwijl de ene koeler aan het bevriezen is, is de andere aan het ontdooien. Door dit afwisselende koelprocédé kan het stortgas continu gereinigd worden.
Bij het koelprocédé condenseren diverse componenten zoals siloxanen en koolwaterstoffen (> C5) en worden deze componenten verwijderd uit de gasstroom. Zwavelwaterstof lost bij dergelijke lage temperaturen beter op in water. Naast het condenseren wordt een groot deel van het zwavelwaterstof verwijderd door middel van hydraatvorming. Het TCR-systeem is op deze manier in staat 1.500-2.000 ppm zwavelwaterstof uit het stortgas te verwijderen.
Om een zwavelgehalte van maximaal 50 ppm te garanderen is een actief koolfiltersectie in de unit opgenomen, direct na de TCR. Het actief kool is in staat de restconcentratie zwavelwaterstof aan zich te binden. Doordat de meeste componenten reeds uit het stortgas verwijderd zijn, zal de werking van het actief kool zeer selectief zijn, waardoor een grote standtijd gerealiseerd kan worden.