Onderzoek NAVOS-locaties
Stilstand of vervolg?
In Nederland zijn circa 3.800 oude voormalige stortplaatsen aanwezig en ongeveer 250 daarvan zijn gelegen in Noord-Holland. In de laatste tien jaar zijn de nooit onderzochte gevallen geïnventariseerd en risico’s voor mens en milieu onderzocht; het zogenaamde NAVOS-onderzoek. In Noord-Holland is dit onderzoek uitgevoerd door Bodemzorg en gefinancierd uit een provinciale nazorgheffing op het storten van afval op de in bedrijf zijnde stortlocaties.
Bij het NAVOS-onderzoek is het grondwater rondom 131 locaties gedurende enkele jaren gemonitord. Verder is éénmalig onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit en dikte van de deklaag. Daarnaast heeft op een aantal locaties onderzoek plaatsgevonden naar de kwaliteit van het oppervlaktewater, de waterbodem en het gewas.
Op 70% van de locaties bleek sprake van een geringe invloed van het stortmateriaal op de grondwaterkwaliteit en van geringe verspreidingsrisico’s. Bodemzorg heeft in opdracht van de provincie Noord-Holland aanvullend onderzoek (NAVOS II) uitgevoerd op die locaties waar, op basis van de voorgaande NAVOS-onderzoekresultaten, voortzetting van de monitoring of verder grondwateronderzoek gewenst was .
Hiermee is een bredere kennis verkregen wat betreft de pluim van de verontreiniging en de risico’s voor de omgeving en is een vervolgaanpak vastgesteld (geen verder onderzoek, aanvullende monitoring of saneringsmaatregelen).
Onderdeel van dit aanvullend onderzoek was ook een zogenaamd onderzoek naar de NA-potentie1) van de stortplaats. Voor de uitvoering van het aanvullend onderzoek heeft Bodemzorg samengewerkt met Royal Haskoning.
Het onderzoek heeft geresulteerd in meer duidelijkheid in de verontreinigingsituatie, de invloed van de stortlocatie op de omgeving, de potentie van het optreden van natuurlijke afname en verwachtingen omtrent de toekomstige verspreidingsrisico’s. Tevens blijkt dat nog op ruim 10% van de oorspronkelijke 131 locaties sprake is van noodzaak tot vervolgmonitoring.
Bij het aanvullend onderzoek (NAVOS II) heeft ook een nadere inventarisatie van de deklaagonderzoekgegevens plaatsgevonden. Bij de 40 meest risicovolle locaties is op basis van de locatiespecifieke gegevens een indicatie van de te treffen maatregelen en daarmee gemoeide kosten vastgesteld.
Momenteel is de provincie Noord-Holland, gezamenlijk met de andere provincies, bezig haar beleid voor de vervolgaanpak van de stortplaatsen vast te stellen.
Bodemzorg wil actief bijdragen aan het veilig maken en waar mogelijk herontwikkelen van voormalige stortplaatsen. Dat gebeurt al lokaal door middel van meer specifiek onderzoek op locaties maar ook via afkoop van de deklaagsanering op/nazorg van de voormalige stortplaats.
Daarnaast is Bodemzorg actief met projecten die herontwikkeling moeten stimuleren. Bijvoorbeeld door deelname aan het Europese project Sufalnet en het project Ruimte voor energie.
Voor meer informatie over deze projecten of voor advies over herontwikkeling of afkoop van voormalige stortplaatsen kunt u contact opnemen met Marcel Rozing of Harm Ritsema.