Ondersteuning sluiting stortplaats DOP Noordzeeweg
In samenwerking met Ingenieursbureau Gemeentewerken Rotterdam adviseert Bodemzorg over de sluiting van de gesloten stortplaats DOP Noordzeeweg in Rotterdam. Dit in opdracht van AVR Afvalverwerking BV, de vergunninghouder van de stortplaats. In 2009 heeft Bodemzorg een tweejaarlijkse keuring uitgevoerd en een second opinion gegeven over de drooglegging. Het opstellen van het nazorgplan en het berekenen van het risicofonds vindt in 2010 plaats.
Tweejaarlijkse keuring
De stortplaats DOP Noordzeeweg is van april 1995 tot april 2000 in exploitatie geweest voor het storten van residuen van afvalverbrandingsinstallaties (AVI-vliegassen, rookgasreinigingsresiduen en chemieslakken). In de periode 2000-2002 is de bovenafdichting in twee fasen aangelegd. Momenteel bevindt de stortplaats zich in de prénazorgfase, in afwachting op de sluitingsverklaring van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Volgens de vigerende milieuvergunning heeft Bodemzorg in 2009 de tweejaarlijkse keuring van de voorzieningen uitgevoerd inclusief het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater.
Second opinion drooglegging
Er bestond geen overeenstemming over de drooglegging (wettelijke afstand van het grondwater tot afval) van de afvalstoffen tussen de vergunninghouder en het controlerende overheidsorgaan (DCMR Milieudienst Rijnmond). Mede hierdoor is door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland geen sluitingsverklaring afgegeven. Vervolgens is in 2009 een second opinion aan Bodemzorg gevraagd. Bodemzorg heeft de standpunten van betrokken partijen geïnventariseerd en de feiten onderzocht op grond van de beschikbare onderzoeksrapportages en een hydrologisch onderzoek. Vervolgens is een objectieve beoordeling van de drooglegging gegeven. Geconcludeerd is dat sprake is van voldoende drooglegging van de afvalstoffen.
Nazorgplan en risicofonds
In 2010 is Bodemzorg begonnen met het opstellen van een definitief nazorgplan. Specifieke aandachtspunten daarbij zijn:
- de leeglooptijd (uitzakken afvalwater na aanleg bovenafdichting) van de stortplaats;
- het vaststellen van de achtergrond-, signaal- en toetsingswaarden ten behoeve van de monitoring van het grondwater;
- de aanwezigheid van betonnen keerwanden in het stortlichaam;
- de levensduur van de bovenafdichting;
- het berekenen van het risicofonds met behulp van het programma @Risk.